AUTEURSINSTRUCTIES

 

De manuscripten en de illustraties worden gezonden aan :

François de Callataÿ, Koninklijk Belgisch Genootschap voor Numismatiek.  Koninklijke Bibliotheek van België, Penningkabinet, Keizerslaan 4, B-1000 Brussel.   De auteurs dienen hun adres te vermelden.

De auteurs alleen zijn verantwoordelijk voor de door hen ter publicatie aangeboden artikels.  Ze ontvangen geen enkele vergoeding maar wel vijfentwintig overdrukken van hun artikel.

De naam van de auteur(s) wordt afgedrukt onder de titel.  Eventueel kan de functie of de instelling waaraan de auteur verbonden is in een voetnota worden vermeld.

Het formaat van de publicatie is 15,5 × 24,5 cm, maar de bedrukte oppervlakte bedraagt 10,5 cm × 18 cm.

Er wordt uitdrukkelijk gevraagd de onderstaande instructies te volgen voor de opmaak van het manuscript :

 

1. Het invoeren van de gegevens

Het manuscript moet geleverd worden in elektronische vorm.  Voor de tekst en de voetnoten dienen twee afzonderlijke documenten te worden gemaakt.  De voetnoten worden continu genummerd.  Bij voorkeur worden de teksten opgeslagen in Word, zonder speciale bladschikking en met het gebruik van speciale karakters (kleine kapitalen, cursief) waar nodig.  Lettertype en lettergrootte : voor het tekstgedeelte : Times 12 — voor de noten : Times 10.

Samen met het elektronisch formaat moet een uitgeprinte versie op A4-formaat, enkelzijdig bedrukt en met dubbele spatie, worden bijgeleverd.  De gedrukte versie en de elektronische versie dienen op alle punten identiek te zijn.

De naam van de gebruikte software en van het bestand worden vermeld op de documenten.

Gelieve de hoofdletters, ten gerieve van de anderstalige lezer, waar nodig van accenten te voorzien en eveneens speciale lettertekens als œ, ñ, ø, å, æ, í, ó, enz., weer te geven.

a.  Titels : Geen punten achter de titels.  Onderlijnde woorden worden in titels best vermeden.

b.  Spaties : geen spatie voor komma’s, punten en puntkomma’s.  Wel een enkele spatie na de komma, de puntkomma, het punt (behalve als dit het einde van een paragraaf aanduidt).  Een spatie vóór en nà het dubbelpunt (:).

c.  Haakjes : geen spaties aan de binnenzijde van de haakjes en een spatie voor het haakje; geen spatie achter het haakje als dit wordt gevolgd door een punt.

d.  Gebruik de typografische aanhalingstekens, d.w.z. een verschillend leken hij het openen en bij het sluiten (« »).  De aanhalingstekens plaatst men gewoonlijk bij woorden die in een bijzondere, niet courante, betekenis worden gebruikt.  In het cursief worden woorden uit een vreemde of klassieke taal weergegeven.

e.  Lange citaten : met insprong en in kleine kast.

Alle citaten en alle Latijnse woorden in cursief weergeven.  Enkele voorbeelden: ca. (in een Nederlandse tekst met punt, in een Franse zonder), passim, infra, supra, s.v., op. cit., ibidem, et al.  Een uitzondering wordt gemaakt voor cfr. en etc.

 

2.  Presentatie van de noten

De voetnotennummering (met voetnootaanduiding in de tekst tussen haakjes en geen verhoogde weergave) wordt geplaatst voor de komma, het dubbelpunt of het punt, tussen de aanhalingstekens en het punt bij een citaat, maar na een vraagteken, een uitroepteken en na het punt achter « enz. ».

Tussen twee verwijzingen : puntkomma en spatie (niet naar de volgende lijn gaan).

A.  voor een monografie :

a.  Antieke of middeleeuwse auteurs : in kleine letters, vb. : Homerus, Ilias, I, 23-56.

b.  Moderne auteurs :

vb. : Ch. Heipp-Tamer, Die Münzprägung der lykischen Stadt Phaselis in griechischer Zeit (Saarbrücker Studien zur Archäologie und alten Geschichte, 6), Saarbrücken, 1993.

B.  voor artikels uit een tijdschrift :

vb. : K.V. Golenko, The Numismatic Department of the Pushkin State Museum of Fine Arts, Moscow, dans NC, s. 7, 13, 1973, p. 208-214.

C.  Voor artikels uit een collectief werk :

vb. : M.J. Price, The Larissa, 1968 Hoard, dans G. Le Rider et alii (éds), Kraay-Mørkholm Essays. Numismatic Studies in the Memory of C.M. Kraay and O. Mørkholm (Publications d’archéologie et d’histoire de l’art de l’UCL, LIX = Numismatica Lovaniensia, 10), Louvain-la-Neuve, 1988, p. 211-242.

Afkortingen:

Voor alle numismatische tijdschriften dienen de afkortingen uit Numismatic Circular te worden gebruikt.  Voor de andere raadplege men L’Année philologique.

 

3.  Illustraties

De illustraties zijn eigendom van de auteur, en ze zullen hem, na publicatie, worden terugbezorgd.  Zij dienen los van de tekst genummerd en voorzien van een oriëntatie te worden ingeleverd.

In de tekst wordt de verwijzing naar de figuren als volgt weergegeven : (fig. 00).

De geleverde documenten dienen originelen, geen fotokopies te zijn :

-  lijntekeningen op calqueerpapier en met Oost-Indische inkt (geen viltstift, noch balpen of potlood); indien de tekeningen met de computer worden gemaakt, let er dan op dat de schuine lijnen doorlopend worden getekend en niet trapsgewijs.

-  foto’s (zwart/wil) op glanspapier.

N.B.  De auteurs (en niet de uitgevers van het Tijdschrift) dienen er zich van te vergewissen dat ze over het reproductierecht van hun documenten beschikken.  Indien nodig is het aan hen om een kopie van de correspondentie, die betrekking heeft op het copyright en de wijze waarop de desbetreffende instelling wenst vermeld te worden, over te maken aan de redactie van het Tijdschrift.

 

4.  Publicatieschema

Manuscripten dienen ten laatste eind januari van het jaar waarin ze zullen gepubliceerd worden, aan de commissie van het Tijdschrift te worden overgemaakt.

De ontvangst van een manuscript, dat aan het secretariaat werd gezonden, zal worden gemeld aan de auteur.

Ten laatste 8 weken na ontvangst wordt de auteur op de hoogte gebracht over het feit of zijn manuscript al dan niet werd aanvaard door de commissie van het Tijdschrift.

Eén enkele drukproef zal aan de auteur worden verzonden; deze dient binnen de drie weken te worden teruggestuurd.  De auteur wordt verzocht de typografische fouten zo duidelijk mogelijk te corrigeren met behulp van de traditionele verbeteringstekens (correcties in de marges van het blad) en de plaatsing en richting van de illustraties na te kijken.

Bij de correctie van de drukproeven worden enkel opmerkingen naar de vorm (spelling, paragrafen) aanvaard.

Elke auteur kan op eigen kosten extra overdrukken aanvragen en dient dit op de drukproef te vermelden.

Het Tijdschrift verschijnt doorgaans in de loop van de maand december.

 

 

 

©  KBGN-SRNB, 2008-2012